Loes vertelt, dat zij zich schaamt en bang geworden is van mannen.
Ze zegt dat ze een relatie gehad heeft omdat zij dacht bij diegene geborgenheid te vinden, maar in die relatie draaiden het eigenlijk alleen maar om één ding en dat was nou nét wat ze niet meteen in die relatie zocht.
Ook vertelt ze dat zij in de stad wel nagefloten wordt en opmerkingen van mannen krijgt.
Ze heeft eens toen ze in een kroeg aan de bar zat zomaar een klap op haar kont van iemand gekregen; dat vond ze wel raar.
“Nu ik er met je over kan praten, zijn er hier meer vrouwen of meisjes die hiermee te maken hebben gehad of ben ik de enige?” vraagt ze mij.
“Nee, Loes, helaas ben jij niet de enige die seksueel misbruik of seksueel geweld meegemaakt heeft,” antwoord ik haar.
En vervolg: “Ik heb gemerkt dat schaamte een enorme rol speelt bij misbruikslachtoffers en dat het best wel lang kan duren voordat iemand zich zo vertrouwd voelt dat die ermee naar voren komt.
Eens heeft een vrouw van 76 jaar op haar sterfbed mij in vertrouwen verteld dat zij toen ze 14 was misbruikt is. Zij heeft het nooit aan iemand durven vertellen, zelfs niet aan haar inmiddels overleden echtgenoot, puur uit schaamte. Want slachtoffers denken vaak dat het aan hunzelf ligt, zo van: je zult het wel uitgelokt hebben. Maar dat is absoluut niet zo, jij hebt als kind niks uitgelokt, Loes, jij was klein en weerloos ten opzichte van je oudere broer”.
Er valt een stilte en Loes knikt dan langzaam.
Dan ga ik verder: “Helaas zijn het niet alleen meisjes en vrouwen die het overkomen is.
Ook jongens en mannen kunnen er slachtoffer van zijn; daar komt tegenwoordig meer aandacht voor. Daarbij kunnen de plegers/daders ook vrouwen zijn.”
Loes kijkt me verbaasd aan: “Ook vrouwen? Heb je dát wel eens meegemaakt?”
Ik knik. “Jazeker; jaren geleden kwam een moeder met haar twee kleine kinderen op mijn spreekuur. Die twee wilden niet meer bij hun oma, die elders woonde, logeren omdat oma in bad en in bed vreemde dingen met ze deed. Toen heb ik de kinderen gevraagd voor mij een tekening te maken over wat er dan gebeurde. Dat waren bijzonder duidelijke tekeningen.
De ouders hebben oma ermee geconfronteerd; oma ontkende. Daarop hebben de ouders aangifte gedaan. Je kunt begrijpen wat voor impact dat op de hele familie gehad heeft.”
Aangifte doen is een lastige zaak; dat roept allerlei vragen bij slachtoffers op.
Moet ik naar het politiebureau? Moet ik dat wel doen? Wie neemt de aangifte op?
Een man of een vrouw? Voelt dat voor mij wel vertrouwd? Durf ik wel te praten?
Door mijn schaamte is vaak al langer geleden; zullen ze me dan wel geloven?
Wat zullen de consequenties voor de pleger/dader en zijn gezin/familie zijn?
Dan wordt het hier bekend en dan?
“Ik denk dat je eerst aan jezelf gaat werken; dat is nu belangrijker voor je, Loes.”
John en Carolien Polderman – Götte, huisartsen te Elspeet